Mark Baanders zit samen met zijn nieuwe celgenoot in een experiment. Ex gedetineerden en bekende Nederlanders laten zich namelijk vrijwillig opsluiten om te kijken hoe dat is. Beide partijen met een ander motief. De gedetineerden om het onrecht in onze maatschappij aantoonbaar te maken en bekend verslaggever Mark om iets nieuws te ervaren. Dat heeft hij geweten. In die eerste dagen van zijn verblijf in het EO-programma Hel of Hotel wordt de dubbelcel voor hem al snel vervangen door een paar uur ISO. Een gevangene wilde hem laten voelen hoe het échte leven werkt en plantte een mes onder zijn matras. Later wordt Mark duidelijk gemaakt dat de actie met het mes persoonlijk aan zijn adres was. Het advies van zijn celgenoot: je moet leren ogen in je rug te krijgen, het leven is rond en alles komt altijd bij je terug.
In de bubbel waar Mark leeft komt hij nauwelijks in aanraking met angstcultuur, wraakacties en intimidaties. Hij begint keihard te huilen en lijkt vanaf dat moment niet meer dezelfde. Tijdens het kijken merk ik dat ik een beetje moet lachen en ondertussen denk: als dit hem al zo van zijn stuk brengt, hoe moet het dan straks verder? Dat overleeft hij toch niet. Maar dan opeens herinner ik mij, buiten is Mark een ‘gewone witte man’. Dat is twee keer een plus in deze maatschappij. Mooi, het komt dus wel goed met hem. Tot ik direct erna besef dat Mark’s seksuele geaardheid alsnog roet in zijn eten kan gooien. Gelukkig hebben zijn medegevangenen deze informatie niet.
In dit boek hoef je maar drie dingen te onthouden, het zijn als het ware onze spelregels. Ten eerste: het gaat altijd om ieders vrijheid om simpelweg te mogen bestaan. Ten tweede: het is niet persoonlijk. En ten derde: we gaan het er wél over hebben.
Waarom dit boek een moedige uitgever nodig heeft
Een tijdje geleden zat ik bij mijn uitgever voor dit boek en vertelde ik hem dat ook hij een rol heeft in systemen die ongelijkwaardigheid in stand houden. Zijn blik vertrok en de ongemakkelijke stilte vulde de ruimte. Met deze opmerking had ik een groot risico genomen, tenslotte was hij degene die bepaalt of het boek er überhaupt zou komen. En toch kon ik niet anders.
‘We gaan het er wel over hebben’ waren de exacte woorden van Jacqueline geweest. Onze gids richting de plantages Bakkie, Kent en Kronenburg te Suriname. In de lente van 2026 gingen tien familieleden, aanhang en ik vol verwachting richting deze voormalige plantages. Plekken waar onze voorouders tijdens de slavernij vermoedelijk werkzaam waren.
Haar drie spelregels, die vanaf nu ook onze spelregels zijn, waren op dat moment het mooiste wat ik kon horen. Ook al kwamen ze officieel niet van haar, ik wist net als zij, dit is uiteindelijk waar het allemaal om gaat. Het zijn eenzelfde soort regels die ik gebruik tijdens mijn trainingen als ik voor directie, managers en teamleiders over dit soort ongemakkelijke onderwerpen kom praten. Ongemakkelijke waarheden in onze maatschappij zoals machtsmisbruik, racisme en uitsluiting.
Tijdens het gesprek met mijn uitgever was dit ook precies wat ik deed. Ongemakkelijke waarheden uitspreken en het er wél over hebben. Als dit betekende dat het boek er uiteindelijk niet zou komen was dat het risico dat ik durfde te nemen.
Het benoemen van zijn en ieders rol in systemen van ongelijkwaardigheid was een kantelpunt in het gesprek geweest. In dat ene moment kreeg hij namelijk twee keuzes. Of hij kon denken: dit verkoopt niet, een boek over ieders rol bij ongelijkheid. Of hij kon kiezen zijn brein te stretchen en zichzelf vragen te stellen: zou het kunnen dat zij daar een punt heeft? Zou het kunnen dat ondanks mijn goede intenties ik een rol heb?
Op een gegeven moment zei hij: je zegt nu al een aantal keer ‘je’ bij de voorbeelden die je aanhaalt. ‘Ja,’ zeg ik.’ ‘Want jij bent ook een witte man en mijn boek is vooral voor witte mensen en in het bijzonder witte mannen geschreven.’
Op dit soort momenten van dagelijkse interacties is ons hele systeem gebouwd. Een systeem gebouwd op het vermeende idee van ras. Gender en kansen. Gebruik of misbruik van macht en hiërarchie. Uitsluiting of insluiting en ongelijke of gelijke verdeling.
Ik had mijn uitgever geconfronteerd en dat had een risico met zich meegebracht. We hebben nu eenmaal verschillende levens. Simpelweg doordat geen leven hetzelfde is maar ook door zichtbare verschillen die iets betekenen in onze maatschappij.
Een verschil is dat hij een man is en ik een vrouw. Een tweede is dat hij een witte man is en ik een vrouw van kleur. De mate van wederzijds begrip is dus afhankelijk van meer dan alleen een goed moreel kompas.
Als dubbelbloed van een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder leef ik meestal tussen werelden in. Ik heb niet alleen te maken met de witte bestaande norm. Ik leef daarnaast bijna dagelijks met colorisme. Een vorm van racisme die leeft binnen groepen van mensen van kleur. Dagelijks beweeg ik tussen verschillende systemen met andere verwachtingen en aannames. Niet alleen binnen witheid maar ook binnen gemeenschappen van kleur.
Mijn dubbelbloedschap in een wereld die mij continu vraagt om te kiezen of ik wit of zwart ben is het extra lastig bij keuze over wat ik vandaag wel of niet hardop uitspreek.
Ben ik in een gesprek met witte mensen dan let ik automatisch op mijn woorden. Niet dat dit alleen te maken heeft met taal of algemeen sociaal gedrag maar ook met de woorden en wat deze kunnen uitlokken.
De meest gestelde vraag aan mij wanneer ik wil praten over racisme, uitsluiting en discriminatie als systeem is: heb je een voorbeeld?
Er wordt van mij verwacht een voorbeeld te geven en ook een hele krachtige zodat er niet getwijfeld wordt over of het waar is. De valkuil is namelijk dat erna het volgende ontstaat. Dat degene die de vraag stelt, zegt: oh maar dat bedoelde hij vast niet zo. Of nog erger en de meest bekende: daar heb je hem weer, de discriminatiekaart!
Onderling tussen Surinamers en hiermee zeg ik eigenlijk met veel minder woorden: tussen Chinezen, Indonesiërs, Joden, Inheemsen (Indianen genoemd en de oorspronkelijke bewoners van Suriname), Hindoestanen (uit India), Creolen en Marrons (Afrikanen die tot slaafgemaakten zijn en naar Suriname werden gebracht) ontstaat een ander gesprek. Dan gaat het naast over wat het is om Surinamer te zijn ook over zwartheid. Bij mensen van kleur en vooral mensen die als zwart worden gezien leeft het idee dat ik minder zwart ben dan zij. Dat ik het niet begrijp omdat ik minder zwart ben. Of het bagatelliseer.
Net als bij mijn vorige voorbeeld over gesprekken met witte mensen is alles altijd genuanceerder dan ik ooit kan opschrijven, en toch. Mijn kont was in de jaren ‘80 Afrikaans en dus was ik zwart en dat kon niet in het corps de ballet. Mijn leven liep anders dan als ik in die setting wit geweest was.
Op verjaardagen van Surinaamse vrienden of familieleden is een opmerking met een humorvolle ondertoon al snel: hou jij je mond maar, je spreekt baka bana niet eens goed uit, laat staan dat je weet hoe je hem bakt.’ En een reden om mij tijdelijk uit te sluiten. Bij beide groepen moet ik in ieder geval voldoende bewijs aanleveren om het een of het ander te mogen zijn.
Dit is geen aanklacht of aanval tegen deze groepen want ieder mens is tenslotte eerst een individu. Het is een pleidooi waarin ongemak gelijkstaat aan de oplossing
Dit boek gaat trouwens niets oplossen vandaag en morgen ook niet. Iets wat ik ook vaak benoem in mijn trainingen. Wat we wel gaan doen is eerlijk zijn, te beginnen bij onszelf. Ik doe ook mee en dat begint met samen ongemakkelijk zijn.
Dat we mogen beginnen met begrijpen dat wij het systeem zijn.
Niemand uitgesloten: ik niet. Mijn uitgever niet. Mijn beste vriend die Ghanees/ Surinaams is niet. Jij en jouw beste vriend ook niet. Dat maakt het direct overzichtelijk en minder pijnlijk vermoed ik.
We hebben verschillende levens. Omdat we ook verschillend zijn. Maar daarbij zijn we vooral mens en gelijkwaardig aan elkaar. Niet gelijk, wel gelijk-waardig. Samen maken jij en ik de wereld. Wanneer je denkt dat je niet van invloed bent is dat eigenlijk de eerste schakel die de boel stagneert.
We leven in een kantelpunttijdperk, systemen die verouderd lijken of zijn worden bevraagd, opgeschud en heringericht. Racisme, discriminatie, uitsluiting op basis van huidskleur, seksuele oriëntatie, geloofsovertuiging, fysieke of mentale beperking en ga zo maar door zijn niet meer van deze tijd. Een nieuwe wereld wacht ons al op.
Laten we vaststellen dat het niet jouw schuld is dat ze nog bestaan maar wél dat jij de oplossing kunt zijn. Te beginnen met te voelen wat dit idee op dit moment met je doet.
Ben je uitgever en is je interesse gewekt? Neem dan contact met mij op: info@roeselienwekker.nl
Het is niet jouw schuld maar jij bent wél de oplossing!
In 2025 schreef ik dit boek, een systemisch boek over ieders rol in wat ik omschrijf het veld van uitsluiting. Niemand is hier uitgesloten. We hebben allemaal een rol en dragen bij aan het in stand houden van een ongelijkwaardige wereld voor sommigen. De witte hetero mannen norm is (in ieder geval in Nederland) nog steeds actief. De rest sluit achter aan.
Dit is geen schuldvraag maar wel een pleidooi voor ongemak.
In de gesprekken met uitgevers liep ik tegen dezelfde dynamieken aan, als vrouw en vrouw van kleur weet ik hoe ik met afwijzing om moet gaan. Dit keer ga ik niet voor minder dan wat dit boek verdiend. En dat is de juiste uitgever voor een groot mainstream publiek@